zondag, 18 juli 2021 12:29

Genesis en duurzaamheid

Geschreven door
Nieuwsblad Noordoost Friesland - 1 juni 2021 Nieuwsblad Noordoost Friesland - 1 juni 2021

De bijbel is een heel oud en verouderend boek waarin wellicht bepaalde wijsheden staan, maar dat vooral aanleiding heeft gegeven tot eindeloze religieuze verwarring, kerkscheuringen en oorlogen. Je hebt er niet veel meer aan. Zo denken velen erover. Genesis gaat over schepping, paradijs en zondeval en is niet te rijmen met het moderne denken. Maar is

dit inderdaad zo? Bij een nadere analyse van Genesis kunnen veel vragen worden opgeroepen die universeel zijn, van alle tijden en daarom ook uiterst actueel. Genesis, ‘ontstaan’, onthult iets van het diepste wezen van de mens en kan zelfs relevant zijn voor het perspectief van de duurzaamheid. Ook zijn er links te ontdekken met moderne wetenschap.  

Nu is onze cultuur christelijk en het ‘letterlijke’ fundament hieronder wordt gevormd door de bijbel die op zijn beurt gefundeerd wordt door het eerste boek, Genesis. Dit boek moet wel iets te vertellen hebben over balans en disbalans vanwege de term ‘zondeval’ - een term die overigens niet letterlijk in de bijbel voorkomt. Kennelijk was de paradijsmens (Adam/Eva) eerst in evenwicht en is hij later ‘gevallen’ en uit het paradijs verstoten.

Nu impliceert het woord ‘zonde’ het overschrijden van een grens of het overtreden van een regel. God had de mens eindeloos veel regels kunnen geven met betrekking tot wat hij moest doen en laten. Maar van een uitgebreid instructieboek (‘Hoe ga ik om met de schepping’?) wordt geen melding gemaakt. Wat God betrof had de mens in eerste instantie de vrije hand en mocht hij ‘heerschappij hebben over de aarde en alles wat er op leefde’.

Wel was er één goddelijk verbod: ‘Maar van den boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage, als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven’ (Genesis 2:17). Dit is zeer opmerkelijk, zo niet uiterst merkwaardig. Want stel nu eens dat God dit verbod niet zo uitdrukkelijk onder de aandacht van de mens had geplaatst, wat was er dan gebeurd?

Kennis van goed en kwaad?
Zou het mogelijk zijn geweest dat de mens per ongeluk, onwetend, als bij ‘toeval’, ooit eens van de ‘verboden boom’ zou eten? Om daarna ineens tot de ontdekking te komen dat hij in het gevaarlijke bezit was gekomen van ‘kennis van goed en kwaad’?

Dat klinkt niet erg logisch omdat de manier waarop de mens in het algemeen ‘kennis des goeds en des kwaads’ opdoet juist niet ‘per ongeluk’ gaat, onbewust is of onderworpen is aan ‘toeval’. Kennis en bewustzijn krijgt men immers niet zomaar ‘toevallig’ in de schoot geworpen. Zo werkt het niet, zoals ieder mens uit eigen ondervinding kan weten. Ook is het zeer merkwaardig dat de mens werd gewaarschuwd voor iets waarvan hij nog onmogelijk een voorstelling kon hebben. ‘Goed’ en ‘kwaad’ waren voor de paradijsmens in Genesis betekenisloze begrippen: de mens had er immers geen ervaring mee en er dus ook geen idee van.

Wat voor zin zou een verbod dan hebben? Met andere woorden: de mens werd wel voor ‘iets’ gewaarschuwd en hij zal ook zeker de instinctieve neiging hebben gehad om de autoriteit, ‘God’, te gehoorzamen maar de mens had echter geen enkel idee waarom – en juist dit zou wel eens een groot probleem kunnen worden. De mens leefde nog in een toestand van onbewustheid en betekenisloosheid. Want iets krijgt pas en heldere betekenis juist door zijn tegendeel. Als bijvoorbeeld iemand vanaf zijn geboorte continu in het volle licht is geplaatst, zal het begrip ‘licht’ voor die mens betekenisloos zijn omdat hij nooit het tegendeel, het duister, heeft ervaren.

Het gaat hier niet om dogmatische betekenisloze theoretische ‘kennis’ vooraf die maar als ‘waar’ moet worden aangenomen, maar om ervaringskennis achteraf en dat impliceert letterlijk een wereld van verschil. Want het zou alleen door tegenstellingen kunnen zijn dat de mens tot betekenis, kennis en bewustwording komt.

Daarom: geen ‘licht’ zonder ‘duister’, ‘geluk’ zonder ‘ongeluk’,‘mooi’ zonder ‘lelijk’ ‘goddelijk’ zonder ‘duivels’, ‘goed’ zonder ‘kwaad’, etc. De mens was zich niet bewust van ‘goed’, eenvoudig omdat het tegendeel ervan voor hem ook niet bestond. Om dezelfde reden was hij zich niet wezenlijk bewust van ‘God’, ‘het paradijs’ of ‘de eeuwigheid’. De mens was onbewust van het feit dàt hij dat was en kende zichzelf in zoverre niet. Fundamentele zelfkennis ontbrak. Maar hoe lang duurt een dergelijke toestand? Kan onbewustheid eeuwig duren?

De situatie van de paradijsmens was vergelijkbaar met die van een kind in de baarmoeder. De baby leeft nog in de wereld van eenheid met de moeder, zoals de mens ooit in eenheid leefde met God, maar is echter nog onbewust. Het heeft nog geen kennis. Maar dan wordt de baby geboren in deze wereld, doet de ogen open en ziet. Sprekend over Adam/Eva, nadat zij van de verboden boom hadden gegeten, staat in Genesis 3:7 daar opmerkelijk genoeg letterlijk: ‘Toen werden hun beider ogen geopend’.

Tekst loop door onder de foto.
Genesis 730

'Zweet uw aanschijns'
Maar wat was dan de werkelijkheid die ze toen zagen? Welke wereld was dat? Het was precies de wereld waar God hen eerder al in het paradijs voor gewaarschuwd had met woorden die echter toen niets betekenden omdat de noodzakelijke ervaring ontbrak. Maar dat zou snel veranderen. God voorspelde in Genesis 3:16 een voortplantingsproces dat met pijn en smart gepaard ging. In Genesis 3:19 had God het over de noodzaak voor de mens in het ‘zweet uws aanschijns’ zijn brood te verdienen.

Voor de dood was de paradijsmens helemaal aan het begin al gewaarschuwd. En nu, reeds in Genesis 3:19, was het dan zover: God sprak zijn dodelijke formule uit over de mens. ‘Want Gij zijt stof, en Gij zult tot stof wederkeren’. Duidelijker kon het niet: de mens was voortaan ten dode opgeschreven. Vanaf dat moment zou de mens proefondervindelijk ervaren en weten wat ‘dood’ betekende. Hij was door een of ander proces verbonden met de materie en moest daarom ook het uiteindelijke lot van alle materie ondergaan en dat is totale destructie.

Zelfs de gehele kosmos gehoorzaamt aan de natuurkundige wet van opgaan-blinken-verzinken en immense sterrenstelsels doven ooit eens uit. Of het hele heelal zelf uit elkaar knalt of ineenzijgt is nog onzeker. Vast staat wel dat dat nog eventjes een aantal jaren gaat duren: wetenschappers hebben het over het getal 1,7 gevolgd door 105 nullen. Ter vergelijking: een miljard heeft 9 nullen.

De bekende arts en neurobioloog dr. Dick Swaab, heeft een boek geschreven: ‘Wij zijn ons brein’. Hierin maakt hij duidelijk dat begrippen als ‘God’, ‘geest’, ‘het paradijs’, ‘eeuwigheid’ etc. geen enkele betekenis hebben, dat wil zeggen niet naar een (andere) werkelijkheid verwijzen. De reden: zij komen slechts voort uit ons materiële brein.

Er is maar één werkelijkheid en die is volkomen materieel bepaald. De mens zelf komt uit het niets, bestaat eventjes en verdwijnt vervolgens in het niets. Dat is alles, dat wil zeggen: verder is er niets meer, de rest is verbeelding. Of niet? Dat is de vraag.
(wordt vervolgd)

Bron: Nieuwsblad Noordoost Friesland -  1 juni 2021