vrijdag, 11 februari 2022 11:00

Is economische groei de juiste weg?

Geschreven door
wikimedia.org/w/index.php?curid=75695171 wikimedia.org/w/index.php?curid=75695171

In deze blog houdt Frank Roffel een dubbelinterview met Jan Atze Nicolai en George van der Meulen over het failliet van het streven naar permanente groei in de westerse economieën. Beide mannen zijn bekenden van de interviewer Frank Roffel en hij zal beide eerst kort introduceren. Jan Atze Nicolai is

 


oud-gemeenteraadslid en oud-wethouder voor PAL Groen Links in de Leeuwarder politiek. Daarnaast was hij Statenlid voor de provincie Fryslan. Momenteel is hij coach bij NAHzorg (Niet-Aangeboren-Hersenletsel). Tevens is hij actief als schrijver van artikelen voor landelijke en regionale kranten. Hij is overtuigd voorstander van het basisinkomen, en hij is dan ook voorzitter van de Groen Links Denktank voor een basisinkomen. Hij afficheert zichzelf als politiek denker en dichter. 

George van der Meulen is oud docent economie in het middelbaar onderwijs en is gestopt met lesgeven omdat hij nog langer weigert les te geven in een discipline die er te gemakkelijk vanuit gaat dat economische groei een must is voor nationale overheden en het bedrijfsleven in een land. Hij richt zich tegenwoordig op het schrijven van artikelen over dit onderwerp en is lid van de groep Teachers for Climate. Het boek the Doughnut Economics van de Britse econoom Kate Raworth is een belangrijke inspiratiebron voor hem als het gaat om zoeken naar economische alternatieven voor een neo-klassiek beleid wat de meest westerse landen aanhangen. Daarover later meer. 

In eerste instantie zou dit gesprek gaan over het basisinkomen, maar tijdens het kennismaken met elkaar van de gesprekspartners werd er gekozen voor een algemeen gesprek over hoe beiden de ontwikkelingen in de maatschappij zien door een economische bril en hoe zich dat verhoudt tot milieubeperkingen en armoede en ongelijkheid in de wereld. Er ontspon zich een levendige discussie die hieronder wordt weergegeven.


   
Van links naar rechts: Frank Roffel - George van der Meulen - Jan Atze Nicolai

George merkte naarmate hij langer lesgaf en onder invloed van het lezen van boeken over milieu en het hierboven aangehaalde boek dat de theorieën waarover hij lesgaf, voornamelijk op veronderstellingen gebaseerd waren. Het begon hem steeds meer te storen dat de neo-klassieke theorie zoveel mogelijk groei najagen als hoofddoel van economisch handelen stelde en dat de kapitaalfactor natuur als een van de productiemiddelen werd beschouwd. De neo-klassieke theorie houdt in dat burgers nutsmaximalisatie nastreven en bedrijven winstmaximalisatie. Overigens: de neo-klassieke theorie wordt als niet af beschouwd. Dit terwijl George steeds meer het idee kreeg dat wij onderdeel van de natuur zijn en daar dus niet zo maar losjes mee om kunnen gaan als iets wat manipuleerbaar is. Volgens hem vroegen de verontrustende berichten over een milieucrises en de structurele armoede en ongelijkheid op de wereld gewoon om andere benaderingen.
Jan Atze vult aan dat de klassieke economische theorie van grondlegger van deze wetenschap Adam Smith het op een gegeven moment gewonnen heeft in de academische wereld en in de publieke werkelijkheid. Veel hoogleraren en andere docenten zijn vanuit dat klassieke frame gaan lesgeven. Pas toen ze daarvan afstand namen werden ze gevoeliger voor andere theorieën. Hij vertelt vervolgens dat de huiseconoom van het nieuwsprogramma Nieuwsuur, Mathijs Bouwman, nog volledig vanuit dat oude frame denkt. In de wereld van de opinieprogramma’s is dat over het algemeen nog zo. Terwijl Nieuwsuur zichzelf als kritisch afficherend programma breder voor de dag zou moeten komen. 

De coronatijd zou een goed moment zijn geweest om meer vanuit het denken van de beginselen die Kate Raworth aandraagt in the Doughnut Economics. Maar wat zien we nu weer. De bedrijven worden volop gesubsidieerd, terwijl het geld naar de werkers en niet naar de aandeelhouders zou moeten gaan. De oude economie heeft het gewonnen. Jan Atze is dan ook vrij pessimistisch als het gaat om de toekomst, maar hij ziet ook nog draadjes van hoop. Volgens George zijn de komende tien jaren beslissend. Er moet wat gebeuren, maar hij is tegenstander van dwang. Jan Atze is zo pessimistisch omdat alles bij het vertrouwde blijft. Bedrijven willen wel duurzaam werken, maar alleen als er wat te verdienen valt. Het grootkapitaal kokketeert met duurzaamheid, maar hij denkt dat een oplossing binnen het oude model niet voorhanden is. 

De hierboven genoemde econoom Mathijs Bouwman stelt bij voorbeeld dat er eerst geld verdient moet worden om de bijdrage aan de zorg te kunnen betalen. Maar volgens Nicolai is het zo dat de landen in de wereld die het meest in zorg investeren tot de gelukkigste en welvarendste landen op aarde behoren. Denk hierbij aan Denemarken, Zweden en Noorwegen. Het kapitalisme is volgens hem ontspoord. In de tijd van de beroemde econoom Keynes, die vooral naam maakte rondom de grote depressie in de jaren ‘20 en ‘30 in de twintigste eeuw, was er nog sprake van enige sturing in de economie. Investeringsprojecten van de nationale overheden vonden plaats in een goed klimaat, wat voor rust en stabiliteit zorgde op de thuismarkten. Maar door de hebzucht van het grootkapitaal ontstond er de meedogenloze jacht op maximale winsten en groei, waardoor er ook veel werkeloosheid, milieuvervuiling en inkomensongelijkheid ontstond. 

In de jaren ‘70 van de laatste eeuw was er de rapportage van de Club van Rome, die ons aan het licht bracht dat ongebreidelde economische groei een ramp voor de wereld zou betekenen. George: "Continue groei is bedwelmend voor de ingezetenen van een land wat daarna streeft. Maar het is net als bij vliegen in een vliegtuig. Eens weet je dat je weer naar beneden moet vanuit de hoge wolken. Maar waar moeten we landen en hoeveel tijd hebben we daarvoor nodig?" Zijn indruk is dat veel mensen in het algemeen nog lang niet zover zijn in dat collectieve denkproces. George heeft nog een voorbeeld voorhanden, wat hem raakte. Bij een uitzending van de nieuwstalkshow Op 1, had presentator Jort Kelder een ballon paraat. Hij liet tegelijkertijd op een scherm een getal met 14 nullen zien en vroeg aan zijn gasten Nederlandse Bankdirecteur Klaas Knot en Mona Keijzer, staatssecretaris voor Economische Zaken of beide dat getal konden herleiden. Ze konden dit allebei niet en daarom onthulde Kelder dat dit getal stond voor de totale overheidsschuld in de wereld. Tot George's verbijstering stelde de bankdirecteur dat dit bedrag hanteerbaar blijft als aan de voorwaarde voldaan is dat het groeipercentage van de economieën maar hoger is dan de kosten van die groei. Voor George is het duidelijk: deze zeepbel moet eens openbarsten en misschien is er daarna wel ruimte om beleidsmatig zaken te veranderen. Jan Atze heeft twijfels. Hij vraagt zich af of we wel duurzaam kunnen leven in het rijke Westen? En in hoe verre hebben andere landen in de wereld niet het recht om eerst nog steenkolenfabrieken te bouwen om hun burgers van de nodige welvaart te voorzien? Het kapitalisme is volgens hem te ver doorgeschoten. Toch is hij geen mensenhater, zeker niet, want de mens is in zijn ogen in staat tot het goede, maar verleiding ligt op de loer.

De oud-wethouder is in de tussentijd gecharmeerd geraakt van de ideeën van de Friese kunstenaar en idealist Pieter Kooistra. Deze man was onder de indruk geraakt van de wereldwijde armoede en bedacht een plan om, door middel van een wereldwijd basisinkomen een nieuwe rechtvaardige wereldeconomie op te bouwen naast de reguliere economie. Zijn plan dat door de United Nations Organisation (UNO) gedragen en uitgevoerd moet worden, hield in dat elke wereldburger per jaar 250 dollar zal krijgen. Het UNO-inkomen kan o.a. aan bijvoorbeeld zonnenovens of waterputten besteed worden. Dat inkomen mag slechts duurzaam besteed worden. Mensen krijgen het niet cash in handen, maar er worden duurzame goederen en diensten aangeschaft. Die diensten zijn precies genoeg en zorgvuldig afgestemd. Het motto van Kooistra was overigens; 'Wees realistisch, denk het onmogelijk'. Dit alles was te lezen in het Friesch Dagblad op 17 oktober 2020 en werd neergepend door Brigitta Scheepsma, geestelijk verzorgster en raadslid voor Grien Links in Tytsjerksteradiel. Het plan van de denker Kooistra, die al overleden is trouwens, is gebaseerd op het principe van samen delen. Het allerbelangrijkste voor ons allen, is ons leven en voortbestaan als mens en mensheid hier op aarde. Het is een actueel plan. Juist nu, en zeker door corona, kan zijn idee van een basisinkomen voor alle wereldburgers bijdragen aan een oplossing voor veel dilemma’s waar we vandaag de dag mee te maken hebben: o.a. de groeiende armoede en de groeiende kloof tussen arm en rijk.

Tekst loopt door onder de afbeelding Schema van Wikipedia.org gemaakt door DoughnutEconomics (wikimedia.org/w/index.php?curid=75695171)

Dan tot slot nog enige informatie over het economisch model: 'The doughnut' van de Britse econoom en professor aan twee universiteiten (waaronder die van de Hogeschool in Amsterdam), Kate Raworth. The doughnut ziet zij als een economisch model wat balanceert tussen essentiële menselijke behoeften en planetaire grenzen. Dit doughnutvormige visuele kader (zie het bijgevoegde plaatje) illustreert een veilige ruimte tussen ‘planetaire’ grenzen en ‘sociale’ grenzen waarin de mensheid kan gedijen. Nobelprijswinnaars-economen en anderen concludeerden dat ‘degenen die proberen de economie en onze samenleving te sturen, als piloten zijn die proberen een koers te varen zonder een betrouwbaar kompas. The doughnut is een poging om zo’n kompas te bieden. De binnenste ring bevat 12 sociale fundamenten voor de mensheid die zijn geïdentificeerd als duurzame ontwikkelingsdoelen. Denk daarbij aan zaken als voedselzekerheid, gezondheid, onderwijs, inkomen en werk, vrede en gerechtigheid, politieke stem e.a. De buitenste ring bestaat uit 9 planetaire grenzen die wetenschappers van het aardsysteem hebben geïdentificeerd als noodzakelijk voor planetaire stabiliteit. Denk hierbij aan zaken als klimaatverandering, oceaanverzuring, chemische vervuiling, stikstof- en fosforbelasting, zoetwateronttrekkingen, biodiversiteitsverlies, luchtvervuiling en aantasting van de ozonlaag. Dit model moet een onmogelijk doel van eindeloze groei door een doel van bloeien in balans vervangen. 

Frank Roffel, najaar 2021 - begin 2022


Meer weten? Kijk dan eens op:
Adam Smith (1723 - 1790), een pionier op het gebied van de politieke economie
Kate Raworth: ‘Het hart van de economie is een donut’
Pieter Kooistra: 'Wie was Pieter Kooistra' en het basisinkomen
Friesch Dagblad door Brigitta Scheepsma : 'Wees realistisch en denk het onmogelijke...'
Teachers for climate Nederland voor onderwijsvernieuwing met duurzaamheid als speerpunt