maandag, 25 oktober 2021 08:41

De geschiedenis van de mode in de 20e eeuw

Geschreven door
Gertrud Lehnert: 'Geschiedenis van de mode' Gertrud Lehnert: 'Geschiedenis van de mode'

Al jarenlang heb ik een tweedehands boek in huis dat over mode gaat in de hierboven genoemde eeuw. Toen ik onlangs besloot voor de Hollanderwijkkrant over het verschijnsel mode te gaan schrijven, zocht ik het op, maar kon ik het niet vinden. Na wat gedelibreer, besloot ik bol.com te raadplegen en daar vond ik al

snel een geschikt boek over dit eeuwenoude onderwerp. Aangeschaft en op woensdagavond 21 april 2021 las ik het eerste hoofdstuk wat een goede indruk op me maakte. Wel erg veel materiaal, teveel om allemaal te gebruiken. Nu, een dag later zet ik me aan het eerste deel van dit -ik weet niet -hoeveel -delen deze serie gaat krijgen, maar voorlopig heb ik er zin in.
 
De titel van het eerste deel van het boek luidt: 'Wegbereiders van de mode. Begin van de haute couture 1900-1918'. De schrijfster van het boek is Gertrud Lehnert, die samenwerkte met 9 andere schrijvers. Dit oorspronkelijk Duitse boek is in 2000 op de markt gebracht en al in dat zelfde jaar in een Nederlandse vertaling 'Geschiedenis van de mode in de 20e eeuw', in Nederland onder de aandacht van geïnteresseerde lezers werd gebracht. Lehnert begint met op te merken dat mode meer is dan kleding. Natuurlijk moet de mens zich d.m.v. kleding beschermen tegen de elementen, maar mode is er ook om je mooi te maken en zo je te onderscheiden van anderen. Die behoefte is al vele eeuwen oud en daarmee begint de mode zich te ontwikkelen. De drager van een kledingstuk moest afwegen welk functioneel nut dit kledingstuk hem of haar gaf, bij voorbeeld om met deze kleding binnen de groep waartoe hij/zij behoorde geaccepteerd te blijven en welke mate van individualiteit het kledingstuk hem gaf. Dit is de paradox van mode. Enerzijds op willen vallen en anderszijds erbij willen horen. Dat gaf de modewereld zijn dynamiek.


Mode als kunst?
De mode heeft zijn eigen wetten vertelt. Mode is in ieder gevalt meer dan een massaproduct. De couturiers laten hun fantasie los op de kledingmodellen en staan daarbij in relatie met de wereld om hun heen. Schoonheid is daarbij een gebruikt criterium, maar ook de tijdsgeest. En vooral als het gaat om de zogenaamde haute couture, blijkt wel hoe eigenzinnig de kleding is die wordt ontworpen. Die is zo extravagant vaak dat ze nauwelijks meer nuttig is en niet meer past in het tijdsbeeld. Dan zijn de kledingstukken als kunstwerken en voelen de couturiers zich kunstenaars. Daarom is het in sommige kringen gewoon mode als kunst te zien en zijn de modeshows van de modehuizen tonelen van buitennissigheden en kleurrijke fantasiewerelden.


Haute couture, prêt-à-porter en confectie
Haute couture betekent ‘hoge kleermakerskunst’, ontstond in de 19 de eeuw en had lang de zelfde betekenis als mode. Tegenwoordig (zo werd gemeld in Frankrijk in 1997) is nog maar 6% van de omzet aan kleding afkomstig uit dit deelgebied van de mode. Het is nu vooral een belangrijk reclamemiddel voor een modehuis. Die daarmee succes en een goede naam tracht te veroveren. Voordat een modehuis haute couture mocht maken, moesten er aan strenge voorwaarden voldaan zijn. Zo moest een couturier met minstens twintig naaisters werken en moest de collectie uit minimaal 75 kledingstukken bestaan. En die moesten dan ook nog met de hand gemaakt zijn en op maat gemaakt. Rond 1960 begon dat te veranderen. Deze mode werd toen minder populair en de zogeheten prêt-à-porter kwam in de jaren ‘60 van de vorige eeuw op. De ideeën en benaming van deze tak van sport vond zijn inspiratie in de zogenoemde ‘ready to wear’-kledingproductie, die in de jaren ‘40 van de twintigste eeuw haar optrede deed in de VS. Vandaag de dag is de prêt-à-porter de belangrijkste bedrijfstak van de grote modehuizen. De couturiers maken de modieuze kleding, maar die wordt industrieel en in grote hoeveelheden gemaakt en verkocht. Maar deze mode is veel betaalbaarder voor een veel grote publiek als de haute couture-creaties. De prêt-à-porter is de chique branche van de confectie-industrie. Die bestaat uit zeer verschillend geprijsde modellen van uiteenlopende kwaliteit. Die zijn bijvoorbeeld te koop in de warenhuizen. Enorme omzetten worden ermee geboekt, omdat die in grote hoeveelheden goedkoop geproduceerd kan worden, door velen gedragen wordt en snel wordt afgedankt voor een nieuw kledingstuk. Het is daarbij beduidend minder belangrijk hoe kunstig het ontwerp moet zijn. Als de kleding maar draagbaar is en de laatste mode volgt.


Kleding van een Engelse dame rond 1880
Oorspronkelijk bedoeld als bijdrage aan de pracht van de Europese vorstenhuizen begon de crinoline in de 19e eeuw aan een ware zegetocht: geen enkel ander kledingstuk was zo populair in de tweede helft van de 19e eeuw. Oorspronkelijk bestond de crinoline uit meerdere lagen van onderrokken, die de bovenrok de gewenste wijdte gaven. Na de uitvinding van buigzaam staal werden de onderrokken door een kooiachtige, metalen constructie vervangen waardoor de jurk klokvormig opbolde, de taille extreem smal leek en de rok in een zwierige beweging bevallig op en neer golfde. In een crinoline werden wel 60 meter stalen stroken verwerkt. Voor de rok die daaroverheen gedrapeerd werd, moesten de kleermakers ongeveer 8 meter stof gebruiken. Het was niet alleen elegant om een crinoline te dragen, maar ook lastig en zelfs gevaarlijk: men kon een dame slechts tot een bepaalde afstand naderen. Ze kon alleen zijdelings door een deur en veel branden begonnen bij een hoepelrok. Rond 1875 werd de crinoline door de tournure vervangen: een smaller ontwerp dat aan de achterkant bol stond door een kussen van paardenhaar, dat op het zitvlak werd gedragen.

Dit is het einde van deel 1. Deel 2 gaat verder in op de beginjaren van de haute couture.

Mode crinoline
Kleding van een Engelse dame: de crinoline. Foto uit 'Geschiedenis van de mode' door Gertrud Lehnert.

Meer in deze categorie: « Go local! Zaden te leen... »