Ontstaan van Lets

Al in de jaren dertig in de vorige eeuw zijn, n.a.v de toen heersende crisis, alternatieven voor geld ontwikkeld. Met name de duitse zakenman Silvio Gesell, de Oostenrijkse Wörgl-schilling en WIR-Wirtschaftsring een ruilhandelsbank voor middenstanders in Zwitserland, zijn hier voorbeelden van. Doordat de tweede wereldoorlog uitbrak en banken zich door deze complementaire geldsystemen bedreigd voelden in hun bestaan, verdwenen de eerste twee weer. De WIR-Wirtschaftsring bestaat tot op heden.

In 1976 zette David Weston een egalitair geld- systeem op in Vancouver City. Vervolgens werd in de jaren 80 in de Canadese county Commox Valley bij Vancouver het eerste Lets systeem opgezet door Michael Linton. De aanleiding was o.a. grote werkloosheid na het sluiten van een legerbasis en de forse afname van het toerisme. Hiervandaan is het het idee verspreid naar New Zeeland, Australie en Europa, het eerst in Groot Brittanië. Alle Letsen hebben gemeen dat ze op volledig vrijwillige basis zijn.

In Nederland en Vlaanderen is Lets mede opgericht door Strohalm (Social Trade Organisation), een organisatie die alternatieven voor het geldsysteem ontwikkelt. De eerste Lets is opgericht in Amsterdam in 1993, de 'Noppes' en in 1994 werd 'Lets Leeuwarden' in het leven geroepen. In een krantenartikel van Friesland Post augustus 1995 wordt hiervan gewag gemaakt.

Het belangrijke verschil tussen de geld economie en het ruilsysteem Lets is dat de geldeconomie groeit door leningen en rente daarop, waardoor degene die al geld heeft steeds meer krijgt. In Lets systeem bestaat geen rente en daardoor wordt rijkdom eerlijker verdeeld.
Ondertussen is er ook De Blije Bank, dit is een burgerinitiatief van professionals die de rentevrije en waardevaste munt URA heeft gelanceerd. Verder zijn er allerlei organisaties om te ruilen ontstaan. Je kunt hierover informatie vinden via de Links op onze site.

De afgelopen jaren zijn er voor dienstverlening en ruilhandel voor bedrijven organisaties opgezet in verschillende delen van het land. De mogelijkheden om onafhankelijker te zijn van de banken nemen toe! Bijvoorbeeld de 'Zuiderling' in Rotterdam, de 'Eurijn' in Wageningen, de 'Groninger gulden' en de 'Gelre' in de provincie Gelderland. In Friesland is de gemeente bezig de 'Skelling' te ontwikkelen en Strohalm is ook hierbij betrokken. Alle initiatieven hebben als doel de werkgelegenheid, duurzame economie en sociale cohesie te versterken. In genoemde steden is tevens een Lets ruilhandel actief en bestaan beide groepen naast elkaar.

Voor meer informatie zie Wikipedia.

 

Achtergrond van 'De Tuin'

De Tuin was een munt die geslagen werd in opdracht van Jan van Beijeren rond 1422. Deze munt werd zo genoemd omdat er aan de voorzijde een afbeelding staat van een tuin met een naar links lopende leeuw. Naar alle waarschijnlijkheid was de tuin destijds een teken van welstand. De achterzijde heeft een weergave van een groot kruis met in ieder kwadrant een wapenschild. Op de tuin staat als tekst; MONETA NOVA MARS DVS(is) BAVA(riae), hetgeen volgens dr. P.O. van der Chijs mogelijk zou kunnen betekenen: Nieuwe Munt geslagen in Marssum in opdracht van Jan van Beijeren. Deze bewering werd volgens hem ondersteund door de volgende stukken tekst (Van der Chijs; 1885):

Afbeelding achterkant munt Afbeelding voorzijde munt Nadat gedurende de elfde eeuw alzoo in Friesland zeer veel munt was geslagen, schijnt die muntslag aldaar gerust te hebben, alhoewel in oude oorkonden nog steeds sprake van Staversche en Leeuwarder munten blijft. — In het jaar 1417 echter vaardigde Keizer Sigïsmund een bevel uit, waarbij sprake is van Keyserlicke grossen van de gene welcke wy tot Leeuwarden door onsen Muntemeyster te slaen bevolen hebben. Tot nu toe waren deze grooten te vergeefs opgespoord. Den Heer van der Chijs komt de eer toe, die te hebben wedergevonden (23). Tot het zelfde tijdperk, het eerste vierendeel der vijf tiende eeuw, behoort eene zeer zeldzame munt, alleen in de verzameling van den Heer Keer te Amsterdam gevonden (Catalogus 1858, N°. 652, verkocht voor ƒ16.25).

Het is eene dubbele groot of dusgenaamde tuin van den Hollandschen Graaf Jan van Beijeren (1417—1424). Op de keerzijde leest men MONETA NOVA MARS: DVC(is) BAVA(riae). Met bescheidenheid beweert de Heer van der Chijs, dat die munt te Marssum, een oud dorp als onder den rook van Leeuwarden gelegen, omstreeks het jaar 1421 zoude geslagen zijn» In 1418 toch hadden eenige Hovelingen uit Oostergoo en Westergoo (Schieringers) een verbond met Hertog Jan van Beijeren gesloten. Daarin luidt het ook: » Item wy bekennen oock unsen gnadigen » Heere de munte, in dem he gudt golt und sulver slaen» wil laeten," In een later vredes verdrag of voorstel van 4 November 1420, lezen wij: » Item soe sullen sy (de Friezen) ons bekennen ende gehengen, ende wy sullen hebben onse munte, die wy by den gemeynen steden van Hollant » ende vnsen gehoorigen steden van Vrieslant ordineren sullen , goet gout ende silver slaan, jn Vrieslant, jndien ende ï also verre als ons 't voordeel ende profyt daarvan geschien mach, als ons dat geschiet (te) Tordrecht in onsen munten." Terwijl eindelijk in het verbond van vrede van Ooster- en Westergoo met Hertog Jan van Beijeren, den 3-en April 1421 gesloten, bijna de zelfde zinsnede als de zoo even vermelde, gelezen wordt.

Aan dit regt, herhaaldelijk aan Hertog Jan toegestaan, heeft, volgens den Heer van der Chijs, deze munt haren oorsprong te danken. Op zich zei ven is het niet vreemd, dat Hertog Jan van Beijeren van zijn regt gebruik gemaakt heeft. Zonderling is het alleen, dat hij zulks te Marssum, bij Leeuwarden , zoude gedaan hebben. Was het omdat Keizer Sigismund in 1417 nog grooten in Leeuwarden sloeg ? Was het, omdat munt te Marssum, op de grenzen van Ooster- en Wegtergoo gelegen, geslagen, aantoonde, dat de magt van Hertog Jan tot de kern van Friesland doorgedrongen, zoowel in Wester- als in Oostergoo zoo veel gezag had, dat hij eene (fraaije) munt te Marssum kon laten slaan?

Of ligt in Mars de verkorting van eene andere muntplaats? Men weet dat Hertog Jan van Beijeren, althans volgens van Alkemade, blz. 116, 1. 1., XXX, JNK 6, griffioenen in Luxemburg liet slaan, en dus in eene stad buiten zijn gebied gelegen. Kan ook deze munt met Mars een product van de Dordrechtsche munt zijn ? De Hertog liet daar vele munten slaan. Zie daar eenige vragen, Voorhands schijnt er ons niet veel te zeggen te zijn tegen de bewering van den Heer van der Chijs, dat deze tuin in Marsum geslagen is, hoe vreemd zulks op het eerste vernemen daarvan iedereen, in het bijzonder een Fries, moet voorkomen.